Leesfragment

Fragment uit Filosofie van de Jamsessie:

 

"Mensen die geconcentreerd werken, spelen of sporten denken niet over zichzelf na en zijn eenvoudig tevreden. Zij bevinden zich dan in de flow, een soort van trance. ‘We zijn het gelukkigst als we ons optimaal concentreren. Niet op onszelf, maar op ons handelen’, zo vat de Duitse filosoof Richard David Precht het verschijnsel samen in een boek met de veelzeggende titel Die Kunst, kein Egoist zu sein. De jamsessie op z’n best kan gezien worden als oefening in het bereiken van een gemeenschappelijke flow. En inderdaad draait het zowel bij de jam als bij andere vrijwillige collectiviteit steeds om dit punt: geen pure egoïst te zijn.

Muziekervaringen moeten niet onder te veel woorden bedolven worden, maar met het oog op de bruikbaarheid van het jam-model is het toch zinvol om de bijbehorende jamhouding expliciet te benoemen. Het is een houding die op veel andere terreinen voorkomt en er is dan ook een heel arsenaal aan termen voor beschikbaar: Onzelfzuchtigheid. Vertrouwen. Openstaan. Luisteren. Gunnen. Helpen. Dienstbaar zijn. Onbaatzuchtigheid. Een lijstje dat iedereen gemakkelijk zelf kan aanvullen. De grootste gemene deler is een ego-arme grondhouding. Of wat bescheidener: een houding die het ego niet zo groot opblaast dat het al het andere onzichtbaar maakt. Althans: die dat regelmatig weet te realiseren. Laten we dit de jam-modus noemen, als contrast met een ego-modus.

Komen we met deze jam-modus nu niet gewoon uit bij een idealistische beschrijving van de ‘goede mens’ in de ‘ideale maatschappij’, een utopische constructie die wel erg naïef is? Eigenlijk niet: we kunnen nuchter vaststellen dat de jamsessie niet utopisch is maar reëel, en dat ze op haar top inderdaad doorkijkjes biedt naar fraaie vormen van onvoorbereide samenwerking. Met deze belangrijke kanttekening: de jam-modus is geen exclusieve houding die alle andere uitsluit. Ernaast blijft de ego-modus gewoon bestaan en actief meespelen. Het resultaat is een heen-en-weer-gaan, waarbij de jamhouding de richting bepaalt.

Door beide modi als begrippen tegenover elkaar te stellen, doen we geen recht aan het idee dat het ego door de jam niet zozeer wordt uitgewist, als wel opgetild. In de jam zijn ego’s nog volop zichtbaar, naast onzelfzuchtigheid bestaat er nog steeds pure zelfgerichtheid. De jam-modus is in feite geen tegenstelling met, maar een opbouw op en verbetering van de ego-modus binnen situaties van samenwerking. Anders gezegd, het is in het belang van het ego, of van de individuele vrijheid, om eraan mee te doen: de muziek wordt er beter door. Het is óók welbegrepen eigenbelang om deze collectiviteit te ondersteunen. En omgekeerd is wat ik hier ego-modus heb genoemd, in feite een uitdrukking van kortzichtig eigenbelang: de muziek wordt op den duur saai, of erger. De gevolgen van zulk kortzichtig eigenbelang komen duidelijk naar voren in ons publieke leven".